Visservice.nl

All-in en geheel verzorgde visvakanties naar Noorwegen

 


Welke vissoorten en vangsten kunt u bij ons verwachten?

U kunt natuurlijk heel gericht voor een specifieke vissoort gaan. Aan technieken, goede stekken en het belangrijkste vis ter plaatse is geen gebrek. Veel hangt natuurlijk samen met de wijze waarop men vist en de dan heersende weersomstandigheden.

Graag leggen wij onze gasten uit wat de mogelijkheden en technieken zijn om een bepaalde vissoort te vangen. Voorwaarde is dat wel dat de soorten er ook moeten zijn maar de onderstaande soorten zijn op onze locatie gelukkig bijna altijd in mei, juni, juli aanwezig.

 

*     Wordt soms gevangen.

**   Wordt regelmatig gevangen.

*** Wordt altijd gevangen.

Voor sommige soorten adviseren wij Catch & Release. Deze bijzondere soorten zijn te mooi, beschermd of te schaars om aan de natuur te onttrekken.  De overdaad aan te vangen vissoorten zorgt er voor dat elke gast minimaal een koelbox filets vis voor mee naar huis vangt (indien gewenst). Wij staan ook achter het beleid van de Noorse overheid om maximaal 15 kg vis uit Noorwegen te mogen meenemen.



Bot (Platichthys Flesus) ***

De bot vangen we meestal met ingezouten pieren of met stripjes vis van makreel of koolvis.  Prachtig om op ondiep water te zien hoe tijdens het binnendraaien van een vangst, vaak nog broertjes of zusjes achter de tweede beaasde haak aanzwemmen. Ze zijn qua formaat iets kleiner dan de schollen die we vangen en zijn licht- tot donkerbruin gevlekt. Maximumlengte ongeveer  60 centimeter.


Doornhaai (Squalus Acanthias) ** C&R

 Een haaiensoort die vrij klein blijft en op de rug- en borstvinnen vlijmscherpe harde doornen heeft. Een prachtige sportvis met een huid als schuurpapier die vaak zelfs de dikste onderlijnen kneust tijdens een vangst. max. 1.20 meter. Na elke vangst van een doornhaai dus zeker de onderlijn op beschadiging controleren en bij het onthaken absoluut enige voorzichtigheid in acht nemen. Vaak, als je er éénmaal één vangt, volgen er meer daar deze vis in scholen jaagt. Op zo’n moment zal je op die plek geen andere soorten vangen omdat deze zich allen zo snel mogelijk uit de … vinnen maken.  Dit is een van de vissoorten die we altijd weer laten zwemmen (in Noorwegen beschermde diersoort). Vooral in Zuid-Noorwegen barst het ervan en is dan ook vaak meer een plaag!!! Leuk om te vangen aan een lichte spinhengel maar voor de rest....


Dwergbolk (Trisopterus minutus) ***

Het Kleinere nichtje van de Steenbolk dat niet veel groter wordt dan een centimeter of 20. Opvallend is de eerste rugvin die minder stekelvormig is dan die van de Steenbolk. De Dwergbolk behoort net als de Steenbolk tot de kabeljauwachtige herkenbaar aan de baarddraad.


Geep (Belone belone) **

Deze niet met andere te verwarren slanke gestroomlijnde zoutwater roofvis komen we net als bij ons in de Noordzee ook heel veel in Noorwegen tegen. De Geep is goed te vangen aan kleine stripjes vis onder de bekende Geepdobber of andere drijvers. Deze voornamelijk op zicht jagende roofvis met de bek van een Sailfish jaagt vooral in scholen in de oppervlaktewateren. De Geep wordt maximaal  90 cm  maar dat komt zelden nog voor.


Gevlekte Lipvis (Labrus Bergylta) *** C&R

Een van de grotere lipvissoorten die maximaal  60 centimeter kan worden.  Net als de meeste andere lipvissen behoort een onregelmatige rotsachtige bodem tot hun leefgebied. Met hun vlezige snuit en lippen en typerende tanden belagen ze krabbetjes, garnalen en mosselen maar een zager of zeepiertje gaan ze ook zeker niet uit de weg. Met zijn overwegend bruinachtige rode kleur verschillen de mannetjes in kleur van de vrouwtjes lipvissen.

Gladde Rog (Raja Montagui) ** C&R

Qua lichaamsvorm en uiterlijke kenmerken nagenoeg identiek aan de stekelrog maar dan zoals z’n benaming al zegt, geen stekels maar glad.  De kleur varieert van lichtbruin tot donkerbruin gevlekt. Dit stukje natuurschoon komt voor tot 120 diep op voornamelijk zandachtige vlak tot licht glooiende bodem. Ze leven van weekdieren en kreeftachtige en kunnen 80 centimeter bereiken.


Griet (Scophthalmus Rhombus) *

De Griet is een dunnere en slankere platvis dan de tarbot.  Hij heeft een speciale vorm waaraan deze vis net als de tarbot goed te herkennen is. Hij is bijna net zo breed als dat deze vis lang is en de stand van de ogen en plaats van de bek komen sterk overeen. De Griet kan een maximumlengte bereiken van 75 cm maar wordt echter zelden groter gevangen dan 60 cm . Het is een echte viseter net als de wat grotere tarbot maar de kleinere exemplaren worden ook met stripjes vis, zagers en zeepieren gevangen.

De heilbot (Hippoglossus Hippoglossus)  ** C&R

Op onze locatie Vevang in Noorwegen komt de heilbot veelvuldig voor. Bijna dagelijks worden er wel een paar gevangen indien men daar ook op gaat vissen. Het vissen vraagt speciale methodes van (kunst)aasaanbieding en hengelsportmateriaal.  Ze kunnen uitgroeien tot zware jongens en meiden en vooral vis staat bovenaan hun diner-verlanglijstje. Niet deze heilbot verwarren met de Atlantic Halibut, (Hippoglossus stenolepis) Zoek ze vooral op en nabij de bodem en vaak tijdens het binnendraaien knallen ze erop. De aanbeet en het gevecht daarna van een knappe jongen geeft iedere visser een adrenaline boost en er worden dan ook heel wat uurtjes van de visvakantie aan deze vissoort besteed. Een enkele heilbot gaat bij ons die week de pan in want daar is het ook "een topper" voor!!!! Maar de rest gaat vrolijk Catch-photograph-and-release weer terug om voor nageslacht te zorgen.

Kabeljauw (Gadus morhua) ***

Al eeuwen lang één van de meest beviste vissoort die nog steeds hoog op het wensenlijstje staat van de meeste sportvissers die naar Noorwegen, IJsland en Denemarken trekken. Bij ons gaat deze wens zeker in vervulling. De kabeljauw is in het naseizoen en winter (voor ze paaien) op zijn best en kan anderhalve meter worden maar 80 cm is tegenwoordig wel het gemiddelde. De vis die bonkende hengeltoppen veroorzaakt zodra ze deze lengte benaderen of overstijgen. Niet echt een snelle vis maar wel een sterke met een grote mond. De kabeljauw voedt zich voornamelijk met krabbetjes, garnalen en vissen. De kleur van de vis verraadt vaak wat er op het menu stond. De nog niet gepaaide Kabeljauw noemen we Gul die in gekruide brokken gefrituurd als Kibbeling bekent staat. Gedroogde kabeljauw wordt ook stokvis genoemd en Skrei is de naam die hij krijgt in de periode tussen december en april wanneer hij vanuit de Barentszzee naar het noordwesten van Noorwegen migreert om te paaien. De naam Skrei is afgeleid van het Vikingwoord skrida, dat zoiets als ”reizen” betekent.


gestreepte Koekoekslipvis (labrus bimaculatis) 

Ook wel bonte of koekoekslipvis genoemd (Labrus mixtus)


Een van de vele lipvissen (Labridae) uit een grote familie van ongeveer 500 verschillende soorten. Dit is het mannetje van de gestreepte lipvis die uitblinkt in kleurenpracht. Mannetjes felblauw tot 33 cm en het vrouwtje is bruin-oranje tot 26 cm met drie zwarte stippen. Bijzonder: gestreepte lipvissen zijn hermafrodiet en beginnen hun leven als vrouwtje. Op een leeftijd van 7-13 jaar veranderen ze van sekse en kleur. Ze leven alleen op rotsachtige bodem waar ze kunnen schuilen. Ze voeden zich met weekdiertjes, kreeftjes en soms onze piertjes of kleine verse aasblokjes.

Koolvis (Pollachius virens) ***

De witte koolvis (pollak) is zijn broertje. Een echte roofvis en familie van de schelvisachtigen. De koolvis kan een lengte bereiken tot 120 cm en kan maximaal 25 jaar oud worden. Een echte aaseter die zijn kleinere vin-genoten in scholen achterna zit. Soms werkelijk een muur van vis onder water waaronder zich dan de grotere vissen bevinden. De kunst is daar doorheen te komen met onze lichte pilkertjes maar meestal lukt dat niet. Het meest in de industrie verwerkt tot vissticks en surimi en zo bij een ieder wel bekend. Wij gebruiken dezer soort als aasvis.



Leng (Molva molva) ***

De grootste tot nu toe bij ons gevangen, 1.45 cm en woog 36 pond. Deze voornamelijk visetende rover kan in 25 jaar tijd maximaal 2 meter worden. Leeft vlak boven de bodem en heeft naast vis ook krabben en octopus op het menu staan. Buiten de messcherpe tanden zijn opvallend te noemen de grotere bovenkaak en de baarddraad. Naar mate men hoger komt in Noorwegen neemt de maximummaat steeds verder af. Zuid-Noorwegen (tot aan Egersund) zijn de topplekken om deze te vangen.  


Lom (Brosme brosme) ***

Weer een familielid van de kabeljauw (Gadidae) die dicht bij de bodem tussen de 70 en 120 meter diepte leeft. De gemiddelde lengte van deze vis ligt rond de 80 centimeter en is bijna nooit groter gevangen dan 1 meter . De Noren en Russen drogen of zouten deze soort tot stokvis of klipvis. De Lom heeft als hoofdvoedsel vis,  kreeftachtigen en schelpdieren. Optisch te herkennen als mutant van een Schelvis (de kop) en een Leng (het lijf)


Makreel (Scomber scombrus) ***

Een soort die massaal in scholen jaagt en hoofdzakelijk in de bovenste waterlagen. Als we ze vangen zit de bak zo vol. Altijd super voor de aasvoorziening want alle lengen, lommen, zeeduivels en ook de kabeljauw happen maar wat graag in een aasflap van Makreel. Een van de vette vissoorten die naast de Zeebaars en paling het meest bekend is van het vis roken boven eikenhout. En dat doen we dan ook maar wat graag ter plekke want er gaat niets boven vers gerookte vis zo uit het vat of rookdoos.

Pitvis (Callionymus lyra) ** C &R


De afgeplatte buik van de pitvis verraadt dat hij op en in het zand c.q. modderbodem naar zijn voedsel zoekt. De pitvis wordt niet groter dan 25 cm en in kleur verschillen de mannetjes van de vrouwtjes pitvissen. De mannetjes zijn niet alleen veel kleurrijker maar hun eerste stekelachtig rugvin is ook veel langer dan die van de vrouwtjes pitvis. Licht giftig!!!


Pollak (Pollachius pollachius) ***

Gek genoeg ook wel witte koolvis genoemd terwijl de kleur veel meer goudbruin is dan die van de koolvis (zilvergrijs). Wederom een schelvisachtige die qua gedrag het meest te vergelijken is met de snoek. Vandaar dat men deze soort "de snoek van het zoute water noemt". Het meest opvallend zijn de grote ogen en de kracht en snelheid waarmee deze vis met je aasje aan de haal gaat. Goed te vangen met aasstrips maar zeer zeker ook met kunstaas. Kunnen max  1.30 cm groot worden. Wie met shads, lepels of pluggen aan een lichte spinhengel of baitcaster gaat trollen (slepend vissen) zal een prachtige sport beleven aan deze vis.


De Rode Poon (Chelidonichtys lucernus) *** 

Een brede familie met als belangrijkste kenmerk de harde gepantserde kop. We kennen naast de rode poon de grauwe poon -  Chelidonichtys gurnardus en de gestreepte poon - Chelidonichtys lastoviza waarvan we de eerste 2 regelmatig mogen bewonderen. De poon die soms hoorbaar geluid produceert is door onze oosterburen omgedoopt tot Knorhaan. Na de stekelige vinnen vallen de zijvinnen het meest op door hun vorm. Ovaal alsof ze weerszijde een vleugel hebben.  De echte rode poon is niet te verwarren met de grauwe poon die veel vaker gevangen wordt. De echte rode poon is felrood en heeft een blauwe gloed op de rand van de borstvinnen. De grauwe poon kan ook deels een roodachtige kleur bevatten maar heeft geen echt felle kleuren. Door soms zijn grote plaatselijke aanwezigheid kunnen de ponen een ware plaag vormen voor de sportvisser die gericht op wat anders vist.


Roodbaars (Sebastes marinus) ***

Hier zijn een aantal verschillende soorten in waaronder enkele dwergsoorten.  De grote roodbaars kan wel  1 meter groot worden, maar deze grootte is toch zeldzaam. Vissen tot 50 cm zijn gebruikelijker en worden regelmatig gevangen.  Een mooie geheel roodgekleurde vis die je met zijn grote ogen bijna loensend aankijkt als hij van grotere diepte naar boven wordt gehaald. Het is een vis en kreeftachtige eter en de haring en lodde behoren tot zijn favoriete voedsel.  Daar de roodbaars normaliter op wat grote dieptes leeft verrast hij vaak elke hengelsporter die hem voor het eerst vangt.


Schar (Limanda limanda) ***

Een veel voorkomende platvis van max een centimeter of 40.  De schar heeft een voorkeur voor zanderige en modderige bodem waar hij met de bekende paternosters en licht lood prima bevist kan worden. Een uitgebreid eetpatroon van vissen, weekdieren, pieren, tot zelfs stekelhuidigen maken hem qua voedsel niet kieskeurig. De schar varieert in kleur van een aantal bruintinten tot grijsbruin met kleine donkere stippen over de rug verspreid.


Scharretong (Lepidorhombus whiffiagonis) ***

De Noren noemen deze vis ook wel Flandra die ± 60 cm groot kan worden. De vis die waarschijnlijk het meest verspeeld wordt door de glazige en kwetsbare structuur van de huid rondom het kaakgedeelte. Zo glazig dat je er zelfs doorheen kan kijken. Sta je dus te poken met een 30 of 50 lbs  boothengel is het zetten van de haak al voldoende om deze vis te verspelen. Zelfs een top sportvisser die echt wel wist wat hij deed heeft een scharretong aan de oppervlakte verspeeld. Aan zijn materiaal en vistechniek lag het zeker niet. Zo kwetsbaar maar daarmee ook speciaal is de scharretong. Nederlands record in het buitenland gevangen vissoort door Visservice, staat al jaren.


Schelvis (Melanogrammus aeglefinus) **

Een sportvis die onmiskenbaar herkend kan worden aan de korte kindraad en de duimafdruk van Sint Petrus. Zoals de legende verhaalt is dat een zwarte vlek ter hoogte van de eerst rugvin op de zijlijn. Jonge schelvissen vormen vaak prooidieren voor de grotere zeerovers en met name de kabeljauw lust er wel pap van. De schelvis leeft op een diepte van 10 tot 450 meter overwegend dicht boven de bodem en kan max een meter worden. In Vevang langs de kust veel voorkomend en van grote afmetingen. Interessant om te vangen want het zijn ware vechters. Beaasde haak net boven de bodem is de truc om ze te vangen. Kijk uit bij het van de haak halen want ze schij...en je helemaal vol.


Schol (Pleuronectus platessa) ***

 Deze platvis (ook wel Pladijs of Ruttspette) heeft de zo herkenbare oranjerode stippen op de rug. De exemplaren die we in Noorwegen aan de oppervlakte brengen blaken van gezondheid en passen soms zelfs niet in een koekenpan. Een luxe probleem: het fileren van een schol zodat deze wel past. Ze kunnen een lengte bereiken van 90 centimeter maar dat wordt sporadisch nog gevangen. Het grootste exemplaar tot nu toe bij ons gevangen meet 64 centimeter. Opvallend te noemen dat de grotere exemplaren schol alleen met iets grotere strips aasvis gevangen werden. Tot een centimeter of 40 vang je ze meestal met garnalen, pieren, schelpdiertjes of een klein stukje aasvis. De soort van wie wij de naam hebben geleend voor een van onze meest favoriete visstekken in Noorwegen, “De Schollenplaat”


Snotolf (Cyclopterus lumpus) * C&R

Plompe bijzondere vis om te vangen met een maximumlengte van 50 centimeter. Ze komen voor tot een diepte van 400 meter. In de paaitijd (het voorjaar) legt het vrouwtje in ondiep kustwater eieren die het mannetje blijft bewaken. De eieren (Kuit) van deze vis worden ook wel verwerkt tot alternatief voor kaviaar.


Steenbolk (Trisopterus luscus) ***

Ook al weer een kabeljauwachtige herkenbaar aan de baarddraad. De steenbolk is een scholenvis die voornamelijk garnalen eet en niet groter wordt dan 30 á 40 cm. Als je veel vis fileert kan je ontdekken wat er bovenaan op het menu staat van de grote zoutwater rovers. Veel grotere roofvissen hebben de Steenbolk op het menu staan en soms als je een dergelijke vis vangt, zie je achter in de bek van de vis nog een Steenbolkje zitten.

Stekelrog (Raja clavata) ** C&R

Steeds vaker treffen we de stekelrog aan die in lengterichting over de ruggengraat een imposant aantal stekeltjes bezit. De witte buik met mond ter hoogte van de ogen laten zien dat hij altijd op een vlakke bodem aast. In onze gevallen altijd gevangen met flinke verse strips visaas. De beetregistratie is ook vrij duidelijk te herkennen. Geen zenuwachtig getik zoals bij de meeste platten maar eerst een tikje en dan denk je even dat een klein visje met je haak speelt. Je twijfelt, en dan……. een run die je hengel uit de boot sleurt als je niet oppast!!!!!!Behoort tot de haaienfamilie.

Tarbot (Psetta maxima) **

De Tarbot kan zich qua kleur en huidstructuur heel makkelijk aan zijn omgeving aanpassen. Vaak donker gekleurd zonder schubben maar met vele onregelmatig verspreide vlekken en benige bobbeltjes. De grotere exemplaren van 35 cm en meer vangen we met flinke strippen vis. De tarbot groeit in de breedte bijna net zo hard als in de lengte en ze kunnen maximaal 1 meter lang worden. De gemiddelde grote is 50 tot 70 cm . Het vlees van de tarbot staat bekend als een delicatesse waardoor de tarbot zwaar wordt overbevist. Zoals alle platvissen het meest voorkomend op zanderige of modderige bodemstructuren. De Tarbot is verzot op ons lokaas de Beetmagneet. (zie de webwinkel van Visservice)



Vorskwab (Raniceps raninus) *C&R

De vorskwab is een visje dat niet groter wordt dan een centimeter of 35. Deze Raniceps raninus behoort tot de kabeljauwachtige herkenbaar aan de baarddraad. De vorskwab lijkt echter het meest op een uit de kluiten gewassen kikkervisje. Ze houden zich het liefst op vlak boven de bodem in de wat ondiepere wateren (2 tot  20 meter).  Onregelmatige bodem en riffen onderwater zijn de plekken waar zij zich voeden met kreeftachtigen, zeesterren, wormen en visjes zoals de grondel (Gobiidae).


Zeedonderpad (Myoxocephalus scorpius) * C&R

Een duivels uitziend visje met stekels op de kieuwen waar u voor moet oppassen.  Ze zijn niet giftig maar kunnen wel infecties veroorzaken. De Zeedonderpad is een ware alleseter. Voortkomend uit de familie van 300 verschillende soorten donderpadden (Cottidae) is wel het meest opvallend dat ze zowel in zoet als zoutwater kunnen leven en de volwassen exemplaren geen zwemblaas hebben. De donderpad is geen jager en ligt stil te wachten in een rotsachtige begroeide omgeving tot zijn maaltijd voorbij komt. De Zeedonderpad leeft voornamelijk van kleine kreeftachtigen en visjes en wordt niet groter dan 30 centimeter .


Wijting ***

Wordt vooral in het fjord veel gevangen. Mooie grote exemplaren nemen we mee en toveren wij om tot heerlijke verse lekkerbekjes. Te vangen met beaasde Krijnlijn. Soms met 4 tegelijk en die zijn niet het formaat wijting die wij hier gewend zijn maar echte kanjer-wijting. Fileren in vlinders (2 halve aan elkaar).  Leeft in scholen en als je er 1 vangt dan volgt vaak de rest.

..............................................................................................................................................

Zeeduivel (Lophius piscatorius) **

Met een hengelvormige antenne op zijn kop waar een kwastje aan hangt verleidt of lokt hij zijn prooi. De kans dat je er een vangt is echter gering daar ze vrij passief jagen. Ze liggen op de bodem te wachten en gaan geheel op in hun omgeving, tot er een prooi is gelokt. De zeeduivel is een echte viseter met grote bek en daarom ook wel Hozemond of, op zijn Noors, Breiflap genoemd. De gehele kaaklijn zit vol vlijmscherpe tanden en laten je een dergelijke vangst niet gauw vergeten. Verhoudingsgewijs blijft er van het gevangen gewicht heel weinig over  maar dat is dan ook wel super lekker. De zeeduivel kan met 24 jaar oud ongeveer 2 meter bereiken maar rond een meter is wel het gemiddelde.



Zalm *

Wordt af en toe gevangen tijdens het slepend vissen (trolling) op zeeforel. Midden en eind juni is daarvoor de beste tijd. Omdat er een rivier in het fjord uitkomt is er een goed bestand van wilde zalm aanwezig en zijn het geen ontsnapte kweekzalmen. Helemaal rood van binnen en vers op de BBQ ....een traktatie voor iedereen.!!!!


Zeeforel (Salmo Trutta Trutta) **

De Zeeforel die 1.40 meter groot kan worden is zilver van kleur en heeft zwarte vlekjes. Als hij geboren wordt is dat niet in zee maar in snelstromende beken of rivieren met een grindbodem waar de volwassen exemplaren paaien. Voor ze 2 jaar zijn zwemmen ze de stroom helemaal af tot in open zee. Daar verblijven ze tot ze 5 jaar zijn en groeien hard. Dan zijn ze paairijp en trekken jaarlijks terug de rivieren op om voor nageslacht te zorgen. De volwassen zeeforel kan snelheden behalen tot  20 kilometer per uur en kunnen instinctief altijd weer hun geboorterivier op zoeken.





..............................................................................................................................................

Zeewolf (Anarhichas lupus) ***

Een echte bodemvis. De voornamelijk schelp- en schaaldier etende zeewolf leeft graag op rotsachtige bodem. Met een imposant kaakgestel en de geweldig grote tanden kraakt hij zonder moeite de mossels die hij van de rotsen plukt. Pas op dus voor de vingers tijdens het onthaken. Een lekker visstripje gaat hij ook niet uit de weg en zo belandt hij soms als delicatesse bij ons op het bord.  De zeewolf wisselt voor ieder paarseizoen (okt-jan) zijn versleten tanden zodat hij er weer tegenaan kan gaan. Zoals gezegd dus eigenlijk een schaaldiereter, maar wordt vaak onverwachts met heel ander aas gevangen.